Kenniscentrum
Hypotheektaal in gewone woorden. Elk artikel eindigt bij een rekentool, zodat je meteen kunt narekenen wat het voor jou betekent.
Beginnen
Hypotheekvormen en wat je kunt lenen.
Annuïteit, lineair of aflossingsvrij
Er zijn drie manieren om een hypotheek af te lossen. Ze kosten alle drie hetzelfde percentage rente, maar ze voelen heel verschillend in je portemonnee.
Hoeveel kun je lenen?
Je leenruimte hangt af van twee dingen: je inkomen en de waarde van de woning. De laagste van die twee bepaalt wat je krijgt.
Kopen en verkopen
Van bod tot sleutel, en weer verder.
Kosten koper: wat zit erin?
Naast de koopsom betaal je een reeks eenmalige kosten. Die mag je meestal niet meefinancieren, dus je hebt er spaargeld voor nodig.
Je eerste huis kopen: de stappen
Van oriënteren tot de sleutel. Wat er gebeurt, in welke volgorde, en waar je op moet letten.
Huren of kopen?
Huur is weg. Een hypotheek bouwt vermogen op. Maar zo simpel is de rekensom niet, want kopen kost ook geld dat je nooit terugziet.
Rente
Vastzetten, herzien en oversluiten.
Kort of lang vastzetten?
Kort vastzetten is nu goedkoper. Lang vastzetten geeft zekerheid. De vraag is niet welke rente het laagst is, maar hoeveel je voor rust wilt betalen.
Loont oversluiten?
Een lagere rente verlaagt je maandlast. Maar oversluiten kost geld, en soms betaal je een vergoeding om uit je rentevastperiode te stappen. De vraag is hoe lang het duurt voor je dat terugverdient.
Aflossen
Sneller van je schuld af, en wat dat oplevert.
Extra aflossen of het geld laten staan?
Aflossen levert je gegarandeerd je hypotheekrente op. Dat is een zeker rendement zonder risico. Maar het geld is wel weg.
Aflossingsvrij en de dertigjaarstermijn
Veel aflossingsvrije hypotheken uit de jaren nul lopen tegen het einde van hun aftrekperiode aan. Wat betekent dat, en wat kun je doen?
Wat kun je met overwaarde?
Je woning is meer waard dan je schuld. Dat verschil is overwaarde. Het is geen geld op je rekening, maar er zijn manieren om het te benutten.
Belasting
Renteaftrek, forfait en wat er netto overblijft.