Kenniscentrum › Beginnen
Hoeveel kun je lenen?
Je leenruimte hangt af van twee dingen: je inkomen en de waarde van de woning. De laagste van die twee bepaalt wat je krijgt.
De grens op je inkomen
Een geldverstrekker berekent welk deel van je bruto jaarinkomen aan hypotheeklasten mag opgaan. Dat deel heet het financieringslastpercentage, in de volksmond de woonquote. Het Nibud stelt die tabellen elk jaar opnieuw vast, en het percentage beweegt mee met je inkomen en met de rente.
Uit dat percentage volgt een maximale maandlast. Draai je de annuïteitformule om, dan zie je welke hoofdsom daarbij hoort. Dat is precies wat de rekentool doet.
De toetsrente
Zet je de rente korter dan tien jaar vast, dan toetst de bank niet op de rente die je betaalt maar op een hogere toetsrente. Reden: je rente kan tussentijds stijgen en je moet dat ook dan kunnen dragen.
Zet je tien jaar of langer vast, dan mag er op je werkelijke rente worden getoetst. Dat scheelt leenruimte, vaak tienduizenden euro's.
De grens op de woning
Sinds 2018 mag je maximaal honderd procent van de woningwaarde lenen. Alles daarboven, en de kosten koper voorop, betaal je uit eigen geld. Voor energiebesparende maatregelen gelden soms ruimere regels; vraag daar je adviseur naar.
Bied je boven de vraagprijs en taxeert de woning lager, dan moet je dat verschil ook zelf betalen.
Wat je leenruimte verkleint
Lopende leningen, een studieschuld, alimentatie en een private lease-auto tellen mee als maandelijkse verplichting en gaan van je ruimte af. Bij erfpacht doet de canon hetzelfde.